voorthuizenliberation1945.nl  

Pictures

 

Vervolg De bevrijding van Prinsenkamp

Eef van de Pol- van Galen

Eef van Galen ( 11 ) : "Op dinsdag 17 april rond de middag stelden de Duitse militairen bij ons twee kanonnen op en zeiden dat wij daar weg moesten want het zou hier voor ons veel te gevaarlijk worden. Mijn ouders hebben toen snel wat spullen bij elkaar gezocht en we zijn toen met z'n vijven naar onze buurman Henk van Meerveld gegaan maar onderweg werden we beschoten. Mijn vader riep "duiken duiken!" en we zijn toen in de sloot gesprongen en verder door de sloot naar van Meerveld ( 14 ) gekropen". Ik vroeg aan Eef: "Maar wie schiet er nu op een vluchtend gezinnetje burgers?" Dat was ook voor hen een raadsel geweest zodat het mogelijk van daar nog in de bosschages verblijvende Engelse SAS patrouilles kan zijn geweest. Ook die wilden mogelijk dat ze daar weg zouden gaan maar hebben stellig niet gericht op hen geschoten maar, om hen schrik aan te jagen over hen heen geschoten. Nico van Wilgenburg heeft al op zondag 15 april een soortgelijke ervaring opgedaan toen hij bij het zoeken van kievitseieren in het weiland van Blankensgoed ( 21 ) kennelijk te dicht bij hen in de buurt was gekomen. Volgens wijlen Frans Druijff heeft een SAS patrouille die maandagavond 16 april met een mitrailleur Blankensgoed in brand geschoten. Van onduidelijke gevechten die nacht heeft ook Nico Verbrugh verteld. Zie Oud Barneveld nr. ( 92 ) van maart 2010. Dat verklaart bovendien de gevechten in die nacht rond de boerderij van Hendrik van Galen ( 16 ) en de vele hulzen die Jan Teunis de volgende morgen rond de boerderij en in het land had gevonden. Achter de boerderijen van zowel Hendrik van Galen ( 16 ) als Driekus van Galen ( 11 ) liggen namelijk veel bosschages en houtwallen. Hoe dan ook de schrik zat er bij de familie van Driekus van Galen goed in en bij Henk van Meerveld ( 14 ) aangekomen heeft men daar toen met nog anderen in de kelder geschuild. Behalve moeder van Galen, want die had kort geleden een miskraam gehad en mocht op bed gaan liggen. Eef: "Tot ons door de Duitsers te kennen werd gegeven dat het ook daar niet meer veilig was en we zo gauw mogelijk weer weg moesten. Mijn moeder was nog maar net opgestaan of de eerste granaat sloeg al in de boerderij in, ontplofte en één van de granaatscherven kwam zelfs in het zojuist weer lege bed terecht! Daarna zijn we in paniek, zoals Rie Ruitenbeek vertelde, "al rennend, kruipend en liggend" door het land naar Ruitenbeek ( 10 ) gevlucht. Ik herinner me dat mijn vader en de vader van Rie Ruitenbeek daar voor het raam stonden en zagen dat de ene na de andere boerderij in brand werd geschoten. Ze zeiden "nu is de boerderij van Wous Kok en nu die van Toon Kok aan de beurt, enzovoort. Toen het ook bij Ruitenbeek gevaarlijk werd hebben onze vaders eerst nog geprobeerd om de koeien uit de stal te krijgen maar toen de veldschuur door een eerste granaat werd getroffen en al begon te branden moest iedereen zo snel mogelijk de schuilkelder in". Ze herinnert zich daarvan speciaal dat ze aan één arm werd meegesleurd en halverwege de schuilkelder één van haar klompjes had verloren. Ze wilde nog terug om die op te pakken maar dat mocht niet. Toen ze weer uit de schuilkelder kwamen was ook dat klompje tot de zool toe verbrand zodat ze de volgende morgen op één klompje en één kousenvoet naar huis had moeten lopen. Ze herinnert zich ook het brood dat ze uit Nijkerk kregen maar geen mes hadden om te snijden, maar ook dat ze een leeg busje vonden en een daar rondlopende koe molken zodat ze om beurten bij de hompen brood ook wat te drinken kregen. Thuis gekomen was eerst bij van Meerveld en daarna thuis de schrik groot geweest dat alles met alle vee was verbrand. "We hebben toen eerst een paar weken bij familie in Harselaar gewoond en daarna lang in het kippenhok thuis. Pas later kregen we een noodwoning en nog veel later is de boerderij herbouwd".

 

Mijn reeks ooggetuigenverslagen over de zo afwisselende gebeurtenissen tijdens de opmars van de twee colonnes van de Canadese 5e Tankdivisie door onze Gemeente, van de grens met de Gemeente Ede tot aan de grens van Prinsenkamp (Gemeente Nijkerk) met de Gemeente Putten, eindigt helaas met deze droevige verhalen. Deze en vele andere trieste gebeurtenissen elders verplichten ons om niet alleen jaarlijks onze bevrijding te vieren maar om ook tot in lengte van jaren de vele slachtoffers te gedenken.

 

Gert Jan van Elten,

Voorthuizen.